Statistieken: 9.535 foto's in 655 albums zijn 8.511.506x bekeken en hebben 37.563 reacties. Nog 20 in de wachtrij.

/uploads/fotos/1854-09-06 De mensen in mijn huis-20230313063812

Jaar: 1854Collectie: Karla Mulder
Grote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’s
Informatie over deze foto / video
Collectie
Karla Mulder
Jaar
1854
Trefwoorden
"De mensen in mijn huis vond ik aan het bonen snijden, allen waren vol vreugde, allen betoonden de grootste blijdschap, dat de verloren zoon teruggevonden was; zij hadden al niet kunnen begrijpen, hoe ik toch zo lang weggebleven was zonder eens (pag 532) te schrijven; zij hadden al gevreesd, dat mij ginds of elders een onheil mocht overkomen zijn. De oudste dochter was juist ook deze morgen teruggekomen van haar familie in W, waar ze zes weken gelogeerd had."

Trefwoord voorstellen

Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.

8 gedachten over “/uploads/fotos/1854-09-06 De mensen in mijn huis-20230313063812”

  1. 20 maart 2023 om 12:11

    Uit het bevolkingsregister blijkt dat dokter Schindler in zijn eerste periode in Groenlo in de Beltrumsestraat woonde, op nummer A255. Dat is een kleine woning waar hij als enige bewoner ingeschreven was. Ik denk dat dit een huis is dat eigendom was van logementhouder Gerardus Bernardus Wiegerinck, van het naastgelegen hotel De Zwaan. Dat was op de hoek met de Notenboomstraat. De panden bestaan nog, maar zijn in de 19e eeuw achter 1 voorgevel samengevoegd. Ga uit van het linkerdeel van het pand Het Broekenhuis op Beltrumsestraat 24, dat grenst aan de Wereldwinkel op nummer 26-28. De tweede vrouw van G.B. Wiegerinck (1790-1856) was Bartha Stockman uit Wehl. Ook de oudste zoon trouwde met een meisje Stockman. Dus in het dagboek komt dokter Schindler (die volgens het bevolkingsregister alleen woont) thuis en vindt daar mensen waarvan de oudste dochter op familiebezoek in W. is. Dat zou dus goed Wehl kunnen zijn. Zijn huis is dan een soort van aanleunwoning bij het logement. Het werd vaker verhuurd. Na de dokter woonde de Groenlose kantonrechter op dit adres.
    De familie Kern woonde aan de Winterswijkseweg, in huize Kernheim. Helaas in de jaren zestig afgebroken voor een autobedrijf, nu Winterswijkseweg 16-18.

  2. 17 maart 2023 om 15:32

    De ontginningen van de heide en de beplantingen die genoemd worden, zouden iets te maken kunnen hebben met de verdeling van de markegronden in die tijd (rond 1860). De ‘heide’ was voordien veelal markegrond, dus gemeenschappelijk bezit. Vooral na de verdeling van deze gronden, werd het woeste gebied door de (nieuwe) eigenaars) ontgonnen. Ook Grolle als stad was rechthebbende in diverse marken.

  3. 17 maart 2023 om 04:50

    Hij was inderdaad de stadsarts in Groenlo en via zijn zuster Maria/Klara Conradina familie van Kern. Kern was zijn zwager.
    Hij had voor vervanging gezorgd tijdens zijn reis naar Zwitserland, waar hij net niet geboren is, maar waar wel zijn familie van vaderskant woont. zie mijn genealogie https://kjjm.nl/mm/tree/zomer1858/individual/I989/Johan-Christiaan-Jacob-Telle-Schindler#tab-relatives
    Ik weet al zoveel over hem, maar nog niet waar hij gewoond heeft.

    Het begin van zijn reis is ook wel bijzonder: met inderdaad veel heide!

    Men kan denken hoe gelukkig ik mij gevoelde, na zo veel slameur en angstige bezorgdheid, toen ik eindelijk het stedeken mijner inwoning achter de rug had; want zo lang ik nog daarin was, waagde ik mij niet zeker genoeg van teruggeroepen te worden, zo zeer was mijn gemoed vervuld met het gevoel van afhankelijkheid van onze Dokterstand; Edoch hoe meer ik mij verwijderde, hoe vrijer ik mij gevoelde, en vrij te zijn in de daad, en zulks te weten, o welke gewaarwording. Weldra daagde de morgen reeds aan de oosterkim te gezichte. Een fris morgenbriesje met enige droppels regen vergezelde ons een eind weegs, die naderhand voor de heerlijkste zonneglans plaatsmaakten, hoewel de luchtstroom bestendig meer of minder aanhield zich te laten voelen.
    In Aalten moest de eerste halt gemaakt worden, het paard moest wat vreten en wij een borreltje brandewijn tot ontnuchtering drinken. Met genoegen hadden wij opgemerkt, dat men druk bezig was met de weg te begrienden; maar aan een verbeterde richting, dan waarin de aarden weg vroeger liep, scheen niet gedacht te zijn. De weg tot daar is niet gezellig en loopt meest door heidevelden, waar men thans evenwel sedert enige jaren ook bezig is, ontginningen te doen, en met houtgewas te bepoten. Alles was hier nog in de diepste rust. Ik was te zeer in de toekomst verzonken om zeer spraakzaam te zijn. Welgemoed en door de vriendelijke zon beschenen kwamen wij behouden in Bocholt aan; waar wij, na wat mokkanat met een fiks stuk brood genuttigd te hebben, het stadje, dat stil schijnt en veel kerkgangers en kerken heeft, aanwandelden.

  4. 16 maart 2023 om 19:28

    Ik ken een verhaal (ik ben de titel even kwijt) over twee studenten uit Leiden die rond 1830 het land te voet door trokken en ook in Borculo en Groenlo kwamen. Die stadjes worden typisch beschreven (met een zeer Hollandse blik). Ze gingen van Groenlo via het Vragenderveld (een grote heide) naar Aalten.
    De schrijver Jan Schindler kwam waarschijnlijk vanuit Duitsland over Aalten naar Grolle. vreemd is dat hij de naam niet noemt, maar spreekt van ‘het stadje’. Dat doet mij vermoeden dat hij geen geboren Grollenaar is. Zijn zuster woont hier kennelijk wel. Kan hij een arts zijn die zijn opwachting maakt bij de heer Kern? Was die meneer Kern misschien de dokter van Groenlo? Kennelijk werd de schrijver verwacht als arts voor de armen (vandaar dat de burgemeester ingenomen was), maar was zijn komst lang onzeker. Het betreft hier in elk geval een gestudeerd man, gezien zijn Duits en zijn Frans. Hij had iets met het leger. Was hij misschien hospik of legerdokter?
    Kortom veel vragen, en dan wordt het wel interessant.

  5. 16 maart 2023 om 17:28

    Ik ben nog bezig met uitwerken van de reisherinneringen; het zijn 536 handgeschreven pagina’s en Groenlo komt er niet veel in voor.

    Wel op het eind, en daarom ben ik nu zo nieuwsgierig naar waar hij gewoond heeft.
    ——————————- nog een stukje uit zijn verslag, de thuisreis—
    Tot hiertoe was de reis als gevlogen; maar het laatste strekje zou iemand gemelijk maken. In Aalten had het paard een hoefijzer verloren, dat moest hersteld worden.
    Op drie plaatsen werd kort gepleisterd.
    De streek werd hoe langer hoe armoediger, en eindelijk zag men niets dan heide. Het denken hoe zult gij alles vinden, en hoe zal men over u spreken, was mij steeds in de geest. Zodat het laatste eindje ook het minst aangenaam was. Nabij ons stadje gekomen, stapte ik uit de kar, die mijn reisgoed in mijn woning bracht; eensdeels om niet met zulk voertuig in het stadje binnen te rijden, en ook om mijn komstvisite het eerst bij Kern te maken.

    Bij het weerzien, welk gevoel, welke stemming, welke verandering van toestand; van het reizen drummelig en de geest nog vol van het verleden, sprak ik Duits, wat mij nu weer zo geläufig geworden was. Ik gevoelde iets in mij, je ne sais quoi; mengsel van vrolijks en droevigs. Zij waren allen wel en tevreden mij weer te zien. Ik vertelde van de familie inzonderheid van Zwager S. en van Conrad. Zuster verhaalde hoe men naar mijn komst verlangde; hoe men reeds van een andere Doctor voor de armen gesproken had; en hoe men niet geloven wilde, dat ik aan hen nimmer zou geschreven hebben.

    Te acht uur ging ik stadwaarts, in het voorbijgaan bij de Burgemeester mij aan te melden, die met mijn terugkomst zeer in hun schik schenen te zijn.

    De mensen in mijn huis vond ik aan het bonen snijden, allen waren vol vreugde, allen betoonden de grootste blijdschap, dat de verloren zoon teruggevonden was; zij hadden al niet kunnen begrijpen, hoe ik toch zo lang weggebleven was zonder eens te schrijven; zij hadden al gevreesd, dat mij ginds of elders een onheil mocht overkomen zijn. De oudste dochter was juist ook deze morgen teruggekomen van haar familie in W, waar ze zes weken gelogeerd had.
    Ik vond een paar brieven – anders alles nog op het oude. Hoe vreemd, hoe vreemd! komt mij alles voor. Ik verlangde mijn vroeger gewoon theesouper, wat mij niet smaakte; ik was te zeer aangedaan van de veranderingen, die ik nu weer zou moeten ondergaan.
    ——————-
    Het langste bezoek krijgt zijn waarnemer de volgende dag, gelukkig was er niemand overleden.
    ——–
    Ik weet nog niet wat ik hiermee wil, ik maakte een website (toegankelijk met wachtwoord) waar ik alles neerzet, ook vind je daar wie wie is en de ingescande tekst van het boek. Hij bezocht in Zwitserland veel familieleden, maar ook regimentsvrienden, die net als hij in het Zwitsers regiment in Nederlandse dienst waren geweest. (1815) en hij haalt met hen herinneringen op.
    Nu ben ik 5 april in Groenlo, kan de 2 boeken evt meenemen. Wie vindt het leuk om hier eens over door te praten? Wat kan ik met deze leuk geschreven reisherinneringen?

  6. 16 maart 2023 om 07:08

    Gerrit, het geeft in ieder geval wel een een mooi tijdsbeeld weer van bijna 170 jaar geleden. Nu inderdaad de achtergrondinformatie nog.

Plaats een reactie