Grote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotocredit
- Collectie : Henk Walhof
- Trefwoorden
- klassenfoto,aloysiusschool,schoolreisje,schiphol,vliegtuig,leerlingen,leerkrachten,meesters, juffrouw,4e, 5e en 6e klas,aloysius,school,martin overkemping, tristan zuidinga, martie wijgering,jos nales,gerard rave,bennie peek,hans
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
Mooie foto. Daar staat ook mijn lievelingsvliegtuig de Super Conny. Alle scholen in begin jaren 50 gingen met schoolreisje zo te zien naar Schiphol. Ik heb ook nog een klassenfoto gemaakt op Schiphol. Het bijzondere aan die periode is dat je zo het platform kon oplopen. Samen met mijn broer Fred logeerden wij vaak bij oma die in Bussum woonde. Met de bus gingen we naar Schiphol, fotografeerden daar de toestellen in de hangars. Iets wat nu ondenkbaar is.
Hoi Peter, het zou interessant om de foto die jij bedoelt op scherpnbeeld te kunnen zien.
was de super Conny een passagiersvliegtuig?
Ja, de Lockheed Super Constellation. Door haar vorm uitzonderlijk mooi. Toen ik in Groenlo woonde bouwde ik het toestel op schaalmodel na. Het was een kartonnen plaat die je moest uitknippen en vervolgens in elkaar plakken. De vliegtuigplaten werden oa verkocht in de Kevelderstraat bij een allerhande winkel. De naam van de winkel? Wat ik nog wel weet: het achterstuk van de winkel lag hoger (pas op voor het trapje).
was zeker bij Bramer,wat je bij een ander niet kon kopen Bramer hat het,voor wisselgeld deden ze een luik open en gingen zo de kelder in en buiten hadden ze kanarie vogels voor de verkoop.
Hallo Joke, Ja bij Bramer was het. Nu ik de naam zie weet ik het weer. Een oudere gezette vrouw hielp me toendertijd. Een bouwplaat kostte ongeveer 5 gulden, de tube lijm 55 cent. Dat was toen veel geld voor een jongen van 9 jaar.
Hoi Peter ,ik moest een keer voor een versiering in de buurt wit crepe papier halen ,bij MALIE hadden ze geen wit meer dus ging ik naar BRAMER vroeg of ze wit crepe papier had,waarop Mevr Bramer zei…biej malie hebt ze zeker niks meer ,en dan komt ze allemaol hier.hek et good of neet.daar stond ik met mijn mond vol tanden,
Joke…, Ja heel leuk, vooral het dialect doet me denken aan vroeger.
Alereest heb ik nog ergens n verhalen boek over Bramer liggen.Wat ik bij heb gehouden over hun zakendoen.Weet nog toen Malie kwam dat het voor Bramer minder wert .Het was altijd de winkel van sinkel.Maar grolle had al snel een antwoordt klaar wat ook precies klopte.De winkel van sinkel voor de kinkel.ALS je iets kocht was het zelden compleet maar nee werd er niet verkocht.Ik moest eens 6 koppen halen, mevr Bramer de kelder in altijd een rol plakband in de schort.En jawel daar kwan ze weer na boven. jonge ie hept geluk.Nam de doos mee na huis werd open gemaak en het laat zig raden 5 koppen.Weer terug Mevr Br er zaten er maar 5 in .Dat zal wel kunnen heeft mijn man er weer een uigehaald.Geen probleem ik geef je wel n andere er bij,ja maar dat is niet de zelfde,dat klopt maar ales er een stuk valt ,moet er ook n, andere bij ,want deze serie wordt niet meer gemaakt .Ik weet niet of mevrouw Bramer van joodse af komst was maar de streken en naam had ze er wel na Abels.Haar meisjes naam.
Bennie, ik ben reuze benieuwd naar dat boek over de kleurrijke winkel van Bramer. Misschien kun je iets kopieren.
Maar ja, wat je over mevrouw Bramer schrijft en haar eventuele Joodse streken. Oei, ik moet wel even slikken.
Het enige wat ik altijd gehoord heb is dat Groenlo zo’n kleurrijk en levendig stadje was JUIST omdat er steeds nieuw bloed in onze gemeenschap kwam en de nieuwkomers snel integreerden in de bevolking.
Er is een interessant boek over de Joodse Gemeente te Groenlo, omvattende Borculo, Eibergen, groenlo, Lochem, Neede en Ruurlo, uitgegeven door de Walburg Pers Zutphen.
Misschien heeft de bieb het.
Even iets over de voorgeschiedenis van onze Groenlosche Joden die van oorspring bijna allemaal uit de landen kwamen ten oosten van Nederland, de Asjkenazische Joden…. en hun beroepen……
Joodse beroepen
Beroepen mocht je voor 1796 alleen uitoefenen binnen gilden. Joden vielen daarbuiten.
Ze werden niet tot gilden toegelaten en mochten zelf ook geen gilden oprichten. Velen van hen kozen daarom noodgedwongen beroepen die in de marge lagen van de gilden. Zo kochten ze bijvoorbeeld oude resten van textiel op. Van dit materiaal maakten ze dan bijvoorbeeld dweilen. Daarnaast kochten ze oude kleding op (uit boedels, erfenissen, pandjesbazen) die ze verder konden verkopen.
Door deze ervaring in de straatverkoop leerden ze technieken om producten aan de man te brengen. Aangezien ze hun beroepen zelf creëerden, moesten ze op straat de behoefte zien te wekken zodat mensen hun producten zouden kopen. Dit was natuurlijk een goede les in commercieel denken en een mooie uitgangspositie om bedrijven op te starten. Vaak begonnen ze als straatventer, sommigen kregen daarna meer handel, ze konden een fiets kopen, daarna een kar, vervolgens een vaste handelsplaats, en uiteindelijk een fabriek. Zo ontwikkelden sommigen zich van afval oprapen, via oude garens en oude lapjes naar serieuzere handel.
Typisch joodse beroepen van deze tijd worden ook wel samengevat met de uitdrukking ‘de hak, de pak en de zak’. De hak staat voor het mes van de slachter, de pak staat voor een pak kleren, en de zak staat voor een zak waarin allerlei handelswaar vervoerd werd.
Er moet overigens onderscheid gemaakt worden tussen sefardische joden en asjkenazische joden in Nederland. De eerste groep was vrij rijk en afkomstig uit Portugal. Ze kwamen naar Nederland omdat ze in hun eigen land vervolgd werden. Nederland stond bekend als een liberaal land waar joden niet vervolgd werden. De Nederlanders ontvingen de sefardische joden vrij hartelijk omdat ze kennis en kapitaal uit hun eigen land meenamen.
De asjkenazische joden kwamen uit Duitsland, Polen en Litouwen. Zij waren heel arm, maar kwamen naar Nederland omdat zij ook vervolgd werden (30-jarige oorlog), en omdat Nederland ze meer economische kansen bood. Deze arme joden werden heel wat minder hartelijk ontvangen, omdat ze bijna allemaal afhankelijk waren van de armenkas.
Meer weten:
Joods Historisch Museum: http://www.jhm.nl
Nog even iets uit het boek van Laansma.
Allerlei narigheid
Meerdere malen kwam het voor, dat de inwoners van het platteland en soms ook in de steden last hadden van bedelvolk, dieven en ander gespuis. Men bracht al deze lieden onder ėén noemer: “heidens”, en daarmee bedoelde men Joden en Zigeuners. Maar al te vaak bleken de schuldigen te behoren tot de “normale”inwoners van onze stad en slechts zelden tot één van bovengenoemden. De Resolutieboeken van Groenlo attenderen nogal eens op rondzwervend volg en zo vinden we op 27 augustus 1733, dat zonder permissie geen Joden, kramers, handelaars. E.d. in de stad mogen komen logeren. Vervolgens schreef men op 13 juni 1750 voor, dat aan vreemde Joden in Groenlo geen toestemming werd gegeven handel te drijven. Twee jaar later volgde de bepaling dat vanaf 13 december 1752 alle pakdragende joden moesten worden gefouilleerd. Hier moet bij vermeld worden, dat sinds de 17de eeuw de te Groenlo woonachtige Joden ongemoeid werden gelaten.