Grote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotocredit
- Collectie : Peter.Hoogendoorn
- Trefwoorden
- Monocon :
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
De personeelsvereniging van de Monocon organiseerde veel in de jaren vijftig vorige eeuw. Enkele zeer actieve leden wisten steeds weer iets leuks te bedenken. Zo was er in het jaar 1958 laat in de zomerperiode op een zaterdagavond een dropping georganiseerd. Ik was tien jaar. Van mijn vader die lid was van de personeelsvereniging mocht ik als jonge telg mee met de dropping. Iedereen die zich had aangemeld voor de dropping moest zich ’s avonds om half acht melden voor het kantoor van de Monocon. Zo stonden we met een groep van zestig mensen te wachten op wat er komen zou. Het was al bijna geheel donker geworden. Mensen hadden zaklantaarns, paraplu’s, de één een alpino-pet, de ander een hoed op, maar ook mensen met tassen. En ja hoor..daar kwamen twee touringcars van Bax aangereden. De ramen van de bussen waren geblindeerd met zwart papier. Wij stapten in de bus die evenlater begon te rijden. Ik probeerde me te oriënteren welke kant de bus op zou gaan. Aan het eind van de weg sloeg de bus linksaf de Beltrumsestraat in richting markt. Via de Martelierstraat sloeg hij rechtsaf de Boompjeswal op waar hij keerde. Dit alles om ons te desoriënteren. Bij veel volwassenen die met elkaar in gesprek waren lukte dit goed, maar bij mij niet. De buschauffeur reed weer terug over de Beltrumsestraat en sloeg voor de Ruurloseweg rechtsaf richting Beltrum. Maar op een gegeven moment was ook ik de draad kwijt. Na bijna een uur rijden stopte de bus en mochten wij uitstappen. Door de geopende deur zag ik een donker gat, zette m’n voet op de grond, keek om me heen en ontdekte op een landweg te staan die omgeven was door donkere bossen. Iedereen had een brief met gegevens hoe naar het einddoel te lopen meegekregen. Maar onderweg waren ook controlepunten aangegeven door middel van briefjes aan boomstammen, maar het konden ook uien zijn die je moest ruiken om te weten of je in de juiste richting liep. Dit alles in het aardedonker. In die tijd waren de landweggetjes schaars verlicht, zo nu en dan een klein lampje aan een houtenpaal van een elektriciteitsmast. Op plaatsen die wij niet wisten konden spionnen zitten. Werd je betrapt, was het spel uit. Geen prijs. Behoedzaam met vieren liepen we over het zandpad langs het bos. Zo nu en dan bukkende of wachtend met de oren gespitst of er geen onraad was. Zelfs de sloten langs het pad hield ik in de gaten. Maar door de bossen, wetende dat er achter een boomstam een spion kon staan die je op heterdaad kon betrappen door met zijn zaklantaarn in je gezicht te schijnen, dat was spannend!!! Alles lukte goed totdat we dachten verkeerd te zijn gelopen. Bij een boerderij klopten we aan de deur. De boer deed open. “Moi, wa is ‘r an de hand, zo loat?” vroeg de boer.”Wij zijn met een dropping bezig, maar zijn de weg kwijt geraakt”, antwoordde mijn vader. “Woar moei dan weijzen?”vroeg de boer. De boer begreep er niets van maar kon ons wel de juiste weg wijzen. De man, inmiddels was zijn vrouw ook naar buiten gekomen, was zo vriendelijk ons een glas melk aan te bieden. Het spannende avontuur kwam te einde bij een restaurant ergens boven Neede. Het vrettemuiltje stond klaar. Boerenkool met worst. Na ervaringen te hebben uitgewisseld en ’n prijs in ontvangst genomen te hebben reed de on-geblindeerde bus van Bax weer naar Groenlo met als eindbestemming de Monocon.
Hoi Peter,
Leuk verhaal over die dropping. Inderdaad werd “de dropping”een ware hype eind jaren vijftig. Hele personeelsverenigingen, groepen leerlingverpleegsters , middelbare scholieren, stapten in de bus om in een donker onbekend gebied uit te stappen. Soms lipe het wel eens uit de hand als er mensen om obderweg warm te blijven van die kleine flesje in de binnenzak gestopt hadden,. Die waren daarna pas echt vam het padje af.
Rechts op de foto, het lage gebouwtje van de Monocon, de drukkerij, stond eens per jaar 1950-1960 een hoge paal opgesteld met op de top een Koningsvogel. Deze vogel moest er worden afgeschoten. Of dit door een Gilde gebeurde weet ik niet meer. Diegene die de vogel er voor het laatst had afgeschoten was de winnaar. Als klein kind keek ik er naar. Misschien zijn er mensen die meer weten over het Konigsvogel-schieten in Groenlo?
Hoezo, geluidsoverlast? Tante Riek, oom Jan en tante Diny (resp. ouders en zuster van Piet Legro) woonden in het laatste huisje rechts (met schoorsteen) op de foto. Sensatie als ik bij hen mocht slapen. In de zomer stonden gewoon de ramen ver open en ik vond het heerlijk om naar het monotone geluid van de walsen of de persen te luisteren. Ook in de fabriek stonden de ramen of schuifdeuren open, en het mooiste was: niemand klaagde gelukkig. En gelukkig: dát waren we.
Peter, mij kunnende herrinneren waren de kleuren van het onderstel rood-wit-blauw. Het onderstel was van ijzer. Heb mij vele jaren afgevraagd waar dit toe diende, totdat ik zelf rijp was voor de kermis.
Wil je bijvoorbeeld iets weten over de Monocon dan open je de zoekfunctie hierboven en dan tik je in “Monocon”. Vervolgens krijg je een heleboel foto’s van die fabriek.
En daaronder nog weer oudere commentaren.