Jaar: postst 19-08-1913Collectie: Eduard.M.Smit
Grote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotocredit
- Collectie : Eduard.M.Smit
- Collectie
- Eduard.M.Smit
- Jaar
- postst 19-08-1913
- Trefwoorden
- schoen en lederfabriek osterholt wiegerink,houtwal,fabriek,1946,locatie,apeldoornse, kartonnage,bedrijf,monocon
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
weet iemand waarom deze fabriek “De Koem” genoemd werd? Mijn grootvader Johannes Luiken kwam eind 19de eeuw als jonge schoenmaker naar Groenlo uit het straatarme Oldemarkt in Overijssel en werkte op deze fabriek. Hij moest ontslag nemen vanwege zijn lidmaatschap van de R.K. Werkliedenvereniging. Hij begon een schoenmakerij in de Notenboomstraat en later deelde hij dat kleine pandje met zijn zoon Jan, die daar een slagerij begon.
Mijn grootvader was trouwens erg “Roomsch” . Als er een mars van socialisten plaatsvond in onze stad rende mijn opa de straat op en hief het lied aan: “Roomschen ,dat zijn wij , met ziel en met hart”
het gereedschap voor zijn eigen schoenmakerijtje kreeg mijn opa van zijn oude baas. Die had een schoenmakerij waar zich nu dierenwinkel Ars bevindt.
Dat deze fabriek “De Koem” werd genoemd is niet zo vreemd. Het woord staat voor de put waar in het leer werd gelooid. Het heeft dus te maken met een deel van het productieproces dat binnen deze schoenen en lederwarenfabriek plaatsvond. Overigens, “De Koem” was de naam die men in de volksmond gebruikte voor deze schoenen en lederwarenfabriek. Dat was niet alleen in Groenlo zo, ook in andere plaatsen met een voormalige schoenen en lederwarenindustrie kom je deze naam nog wel eens tegen. Een duidlijker uitleg kan ik er vooralsnog nog niet aan geven.
die uitleg is nieuw voor mij, Maar je hebt denk ik gelijk. En nu is het ook begrijpelijk dat “de koem” zich vlak bij de gracht bevond. In de geschiedenis van Oldenzaal lees ik het volgende: De Koem
Het gebied achter het klooster wordt volgens oude veldnamen ook aangeduid als ‘de koem’. Een naam die verwijst naar de aanwezigheid van leerlooiers. Zij hadden water nodig om de huiden te looien om er leer van te maken. In het tracé dat loopt vanaf het straatje ‘Kloosterhof’ tot aan de toren van het klooster, zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van looierijen. In dit tracé ligt de nieuw aangelegde riolering (evenals de verwijderde) boven de bodem van de oude gracht. Niet overal is de veenachtige bodemlaag van de gracht (circa 20 cm) hier afgegraven, waardoor deze nu dus soms nog (deels) onder de riolering aanwezig is.
Ook was duidelijk te zien dat boven de hiervoor genoemde bodemlaag een tweede veenlaag te vinden was. Dat kan een aanwijzing zijn dat de gracht vanaf de buitenkant deels is dichtgegooid, waarna een minder diepe en minder brede gracht resteerde, waarin eveneens weer een veenachtige bodemlaag is ontstaan.
Verder waren de restanten te zien van houten palen. Deze bevonden zich op ongeveer een meter van de kant van de gracht. Vermoedelijk zijn het de palen van de vlonders van de leerlooiers. De onderlinge afstand tussen de palen was verschillend, maar ze vormden wel een lange rij in de gracht. Op enkele plaatsen werd in de diepste grachtbodem rondom deze palen gezocht in de veenachtige laag. Dat leverde al snel veel hoorns op van koeien. Het waren de restanten van het leerlooien!
en gevonden in http://www.groenlo.nl/website/webgen.
Zeer ingrijpend waren de gevolgen toen de stadsraad besloot “walgrond af te staan in de nabijheid van Wiegerinks tuin”. Op 22 Augustus 1853 kregen Wiegerink, Oosterholt en Kuiper vergunning “eene leerlooyerije” te stichten. De looierij groeide geleidelijk uit tot een schoenfabriek in de volksmond “de Koem” genaamd (heden Monocon-Polarcup). Het stadsbestuur wilde met de inwilliging “alle inrigtingen met de nijverheid in verband staande, zoveel mogelijk favoriseeren”. Dit betekende echter slechting van de hoek fortificatie, gelijk van vorm als de Kanonswal. Door de gestage uitbreiding van de fabriek verdween eveneens de Houtwal, een rechte verbinding vormend, met de Kanonswal.
aan de overkant van de gracht aan de kant Borculoseweg zou de voormalige tricotfabriek gestaanhebben. In het telefoonboek uit 1915 werd genoemd: Wiegerink & Koch, stoombreierij en kousenfabriek
. Zou het zo kunnen zijn dat Wiegerink van de Tricot en Wiegerink van Oosterholt Wiegerink leerlooierij familie waren van elkaar?
Inderdaat werd dat de monocon locatie,maar wanneer is de monocon op deze plaats begonnen? wie geef mij hier antwoord op.
Bennie, ik dacht kort na de oorlog, in 1946. De Apeldoornsche Cartonnage zocht (net als Nedap uit Amsterdam) goedkope arbeidskrachten en vond dezein Groenlo, samen met het leegstaande pand van Oosterholt-Wiegerink en startte hier. Geschiedenis is terug te vinden in het boekje “50 jaar bekerproductie”.
Beste Roy,
Even een kleine correctie. De reden dat Nedap uit Amsterdam vertrok lag niet aan het feit dat men ‘goedkope arbeidskrachten’ zocht. Men zocht wel 1) betrouwbare medewerkers (dit gezien het feit dat er nogal een grote verdeeldheid was in Amsterdam: Duits gezind en Nederlands gezind) 2) vanwege het feit dat men geen uitbreidingen meer kon realiseren in Amsterdam en 3) men zocht de (inter)nationale grens omdat men voornemens was om tijdens de heropbouw ook buitenlandse markten te gaan bedienen, te beginnen met Duitsland. Door grote medewerking van de gemeente Groenlo heeft men voor de huidige lokatie gekozen.
Vriendelijke groet,
Paul