Collectie: Nalatenschap
Grote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Collectie
- Nalatenschap
- Trefwoorden
- hotel centrum,hotel,centrum,interieur,ansichtkaart
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
Ja daar heeft beerten jaren de slagerij in gehad en nu is het makelaar steentjes zo zie je maar het verandert nog wel eens
Rond 2008 heb ik verschillende oudere mensen die geboren waren en hun jeugd hadden beleefd in de Notenboomstraat geïnterviewd in het kader van een te vieren jubileum van Buurtvereniging “DE WALNOOT”. Een van die mensen was Rietje Bekken.
Hier volgt haar verhaal: Vader Bekken was veldwachter in Haaksbergen, maar omdat zijn vrouw een Groenlose was heeft hij dit logement ( van de Joodse gezusters Heymans) in Groenlo gekocht.
Riet is geboren op 23 juni 1933 als zevende van een gezin met 9 kinderen, Tonny, Bennie, Andree, Harry, Truus, Willy, Riet, Gerard en Frans.
In het geboortejaar van Riet brandde het logement af en werd er een heel nieuw hotel-restaurant gebouwd. Onder het hotel waren twee grote kelders boor opslag met een luik naar de straatzijde.
Een van de vroegste herinneringen van Riet is de enorme carrousel die tijdens de kermis op de markt stond en die draaiende werd gehouden door een blind paard.
De oudere kinderen moesten meewerken in het restaurant en de jongere moesten vroeg naar bed omdat het juist met de kermis razend druk was. Er werden enorme pannen soep gekookt en de eieren en de ham voor de uitsmijters waren niet aan te slepen. DE grote keuken was op de eerste verdieping en met een keukenlift kwamen de gerechten naar beneden. Er was muziek en er werd gedanst.
Ook door de week was het altijd druk in het restaurant. Er waren veel vertegenwoordigers op weg die tussen de middag wilden eten. Sommigen bleven ook wel overnachten. Ook werden er wel kamers aan kostgangers verhuurd.
Moeder Bekken gaf thuis oom een naai- en knipcursus aan jonge meisjes. Het was voor de meisjes uit Groenlo meteen een uitje en ze waren in de gelegenheid bij het naar huis gaan een jongen te ontmoeten. Wel werden de meisjes streng gecontroleerd. Als ze te lang van huis bleven werd er een broer op onderzoek gestuurd.
Tiet somt alle bekende kinderspelen op. Als de kinderen op de wal petjes gingen schieten moest de zware metalen kogel bij Rotman aan de overkant van de straat geleend worden en na afloop van het spelen ook weer terug gebracht. De kogel werd een “Boule” genoemd.
Als het de tijd van tamme kastanjes was mochten de kinderen aanbellen bij Heringa en kregen ze meetstal wel toestemming om een zak kastanjes te rapen/. Mevrouw Heringa vroeg dan altijd eerst: ” Hoe heten je ouders?:
Op zondagmiddagen werd er door de groteren gekaart in de keuken. Iedereen kreeg 10 pinda’s om te pellen die gepeld werden op een oude krant.
Willy Bekken en zijn buurjongen Hans Jansen waren vaak dryuk met “misje spelen”. In het oude kippenhok van Jansen had Hans een soort kapel gebouwd. En Willy had van papier een priesterkleed gemaakt. Als de bel ging kon de mis beginnen.
Dat “misje spelen ” was in die tijd een serieuze bezigheid. Andere jongens waren weer druk in de weer met misdienaar zijn of in het koor te zingen. Willy en Hans gingen zelfs zo ver dat ze bij de bakker om een stuk ouwel vroegen en daar vervolgens rondjes uitknipten bedoeld als hostie. Zij hadden bij hun mis ook kerkgangers nodig en broers en zussen en kinderen uit de straat waren het kerkvolk. Als de bezoekers van de mis te rumoerig werden, werden de “priesters| “boos en werd de mis gestaakt.
Dat Willy en Hans wel een soort” roeping” gevoeld moesten hebben blijkt uit het feit dat ze later werkelijk tot priester gewijd zijn.
Willy zou in 1955 tot priester gewijd worden in Glanebrug en zou een lang leven in het pastoraat tegemoet gaan terwijl Hans een heel eigen koers voer en in de 21ste eeuw nog bekend was als theoloog en historicus.
Riet vertelt van get feest rond de priesterwijding van Willy. Voor het huis van de ouders, waar die gingen wonen na het huwelijk van Tonny, hoek Mattelierstraat/Lievelderstraat werd een podium gebouwd en alles werd mooi versierd.
Na de inval van de Duitsers werd een groot deel van het hotel in beslag genomen en werden er Duitse jongens ingekwartierd. De familie Bekken had alleen de keuken nog als privé-terrein en moest in groepen bij elkaar slapen.
Er was een gaarkeuken in de brandweerkazerne zodat men geen honger hoefde te lijden.
Na de bevrijding werden de Tommy’s ingekwartierd, Rietje herinnert zich Tom en Bus en die heerlijke chocolade die ze uitdeelden.
De Koem werd geplunderd en er werden grote rollen rood papier mee naar huis genomen. Riet begrijpt later nog steeds niet wat voor nut dat had.
Na de oorlog kwam het geone leven weer op gang. Het reataurant was weer druk en er kwamen weer kostgangers. Jef Kraakman had zelfs een heel “kantoor aan huis”. Mensen van de NEDAP kwamen zo lang op kamers. Er werd dansles gegeven. Riet leerde dansen van leraar Houtman. Er waren een biljartclub en een Rotaryclub.
Maar toen kwamen de politionele acties en Bennie moest naar Indië.
Hij werkte als kok in Surabaja, samen met een jongen van Koppelman. De jongen van Koppelman overleed daar helaas, maar Bennie kwam terug en het was groot feest in de straat. Er stonden bakken met lantarens en er werd gevlagd. Tot zover het verhaal van Riet Bekken.
Ans, een bijzonder verhaal en een unieke herinnering van hoe het ooit eens was….