Slotbal Dansles De Pelikaan

Grote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’s
Informatie over deze foto / video
Fotocredit
Coll : Ans Luiken
Trefwoorden
Slotbal Dansles De Pelikaan :

Trefwoord voorstellen

Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.

8 gedachten over “Slotbal Dansles De Pelikaan”

  1. ik herken patyer Jansen, Hans vd Gevel, Alice Becking, Willy Grimmelt, de meesten uit Winterswijk dus, die in Groenlo op school zaterb wegens katholiek onderwijs.

    Beantwoorden
  2. HERINNERINGEN AAN DE R.K.-h.b.s. MARIANUM IN DE JAREN 1954/1959
    Het Marianum is in 1948 gestart al een jongensschool.. Aanvankelijk waren er ook nog plannen om een jongensinternaat op te zetten. Dat is er niet van gekomen. Wel werd de school in 1954 gemengd. Waarom die verandering is ingevoerd is me niet bekend. Het was gebruikelijk dat meisjes gewoon naar de Huishoudschool of de MULO gingen, sommigen gingen elders naar een internaat om R.K. middelbaar onderwijs te “genieten”. De CITO – toets bestond nog niet in die tijd en er moest een toelatingsexamen afgelegd worden. Het lesprogramma van onze RK. Meisjesschool Sint Joseph was nog niet op de verandering ingesteld en het gevolg was dat we op “bijles” moesten .Een deel van de meisjes kreeg tussen de middag les van Soeur Brigida en een deel ging naar de Canisiusschool aan de Eibergseweg. Daar werd de bijles gegeven door meester Leisink (ook biologieleraar aan het Marianum), meester Leunissen en meester Polman. De bijlessen vonden op schooldagen plaats van vier tot vijf en tussen half vier en vier uur hadden we nog tijd om op de kanonswal te spelen. Het meest geliefde spel was “vangertje” (de jongens op de meisjes) . Toen we dan eindelijk in juni 1954 toelatingsexamen mochten doen en rechts om het Patershuis heen naar de barakken liepen zagen we achter de ramen van de eerste barak allemaal enthousiaste jongens staan zwaaien. We waren welkom! Voordeel van de bijles op de Canisiusschool was dat wij als bijlesleerlingen mee mochten met het jaarlijkse schoolreisje. We gingen met de trein naar Zuid Limburg. Het was Sacramentsdag en onderweg zagen we vanuit de trein in Limburg processies zomaar op de openbare weg . Dat waren we boven de grote rivieren niet gewend. Het was bij ons trouwens ook verboden.
    Het was voor iedereen even wennen toen er meisjes op de jongensschool kwamen. Over het zanderige veld achter het Patershuis dat als speelplaats diende werd een touw gespannen om de bokken en de geiten te scheiden. Er moesten aparte damestoiletten gebouwd worden (achter aan het Patershuis), er kwam een aparte meisjeskantine en de gymnastieklessen werden ook gescheiden gegeven aan de meisjes en de jongens.
    Vanuit de serre van het Patershuis, die als leraarskamer diende, kon met een oogje in het zeil houden en ook liepen er in de pauzes steeds twee surveillanten rond, ik herinner me Pater Geers en Pater Jansen, later kwam daar de jeugdige pater Vermond bij.
    Behalve de Paters waren er ook leken/leraren en in dat jaar 1954 twee leraressen, mevrouw Bijleveld voor Wiskunde en mejuffrouw van Galen voor Nederlands. Wat ook nieuw voor ons was dat er vaklokalen waren. o.a. voor biologie, tekenen, scheikunde/natuurkunde. Voor de gymnastiekles moesten we op de fiets naar de Aloisiusschool. Op maandagmorgen liepen we met de hele school (90 leerlingen), begeleid door twee paters/surveillanten, naar de kapel van het Vincentiusziekenhuis, waar door Pater van Benthem, onze directeur , een H.Mis werd opgedragen. Het preekje dat de Pater hield had meestal betrekking op de dagelijkse actualiteit van onze school. In die eerste jaren moesten we ook op zaterdagmorgen naar school.
    In de tweede klas kwamen dat jaar ook meisjes, die aanvankelijk op de MULO hadden gezeten. Ik herinner me Maria Grimmelt, Marga Gerdes, Marijke Teunessen, Marga Berg, Annet Geerdink en Toos Wolters.
    In de taallessen werd veel gezongen:

    het volgende lied leerden we van Pater directuer : de Marseiillaise: allons enfants de la Patrie
    en dit van Pater Geers: God save our Gracious Queen (het Engelse volkslied)
    en in de tweede klas leerde Pater Roelofs ons dit zingen: Ich hatt’einen Kamaraten, einen bessern findst Du nicht.
    niet lang na de oorlog had men nog veel moeite met het Duitse Volkslied, vandaar dat wij het Lied van de Wapenbroeders leerden zingen.
    Op cultureel gebied ging er een wereld voor ons open. Van tijd tot tijd werd er in het Parochiehuis een kunstenaar uitgenodigd, een musicus, voordrachtskunstenaar, of pantomimepeler.
    Ik herinner me Albert Vogel (vader van Ellen?), Rosa Spier (harp) Rob van Rijn (pantomimespeler) en vele anderen. Ook de verjaardag van Pater Directeur was voor ons een feest. Na de H.Mis in de kapel van het ziekenhuis gingen we naar het Vincentiuszaaltje voor een film. (White clips of Dover, les vacances de Monsieur Hulot e.d.).
    Na schooltijd waren we ook veel op het schoolterrein te vinden. Er waren vele buitenschoolse activiteiten, zoals een bridgecub, een tennisclub en een schoolclub . De schoolclub kwam naar ik mij herinner eenmaal in de maand bijeen. Er werd dan vaak een spreker uitgenodigd. Ook vierden we het Sinterklaasfeest op de schoolclub. Ik herinner mij dat onderwijzer Wicherink eens de rol van Sinterklaas speelde en dat dit voor de nodige hilariteit zorgde. De Hoola Hooprage heerste en wij meisjes moesten om de beurt voor de Sint verschijnen om te hoolahoepen.
    De meisjes konden altijd terecht in de keuken van het grote huis waar Annie Bomers de scepter zwaaide, geassisteerd door enige jonge meisjes. Een van die meisjes is nog ingetreden als zuster in de orde der Maristen.

    Hoogtepunt van het jaar was wel de jaarlijkse toneeluitvoering. Al vanaf 1948 af was dat traditie. Voor leerlingen, ouders en andere belangstellenden werd meerdere avonden een stuk opgevoerd, zowel in het parochiehuis in Groenlo als in een zaal in de Dijkstraat in Lichtenvoorde.
    In de jaren 1055/1959 herinner ik me Pater Spaay als regisseur. Iedere zaterdag repeteerden we en als de grote dag dan aangebroken was en er een zenuwachtige spanning heerste in de kleedkamers van het parochiehuis werd de avond ingeleid door de schoolband Tsjing Boem. Ik herinner me als dirigenten Pater van Egmond en Pater Geers.
    Over Pater van Egmond gesproken: we hadden ook een tekenclub, waar we stillevens schilderden met olieverf. Onder leiding van de Pater trokken we de vrije natuur in om te aquarelleren. Tijdens de toneelvoorstellingen werd het teken- en schilderwerk tentoongesteld in de koffiekamer en de gang van het parochiehuis.

    Van de toneelstukken kan ik me herinneren een Engelse thriller: Seven keys of Baldpate, een stuk over de legende van de H. Barbara, en: Carnaval in Venetie.
    Pater Spaay had de beschikking over vele moeders die de kostuums naaiden en die kleding werd nog jaren bewaard voor het geval dat……
    Het was in die jaren dat er een heuse bandrecorder op school arriveerde, een Grundig.
    Sommige Paters vonden het leuk om na schooltijd klassiek muziek voor ons te draaien op de platenspeler.
    Na een paar jaar kwam er en heuse Française voor de lessen Frans en toen werden er na schooltijd chançons gedraaid.
    Er was een schoolkrant, de Loupe. Aanvankelijk werd die gestencild, maar op een gegeven moment hadden we een heuse handdrukmachine met losse lettertjes. Er werden lino’s gesneden voor de illustraties en alles werd inderdaad “met de hand” gezet.

    Toen de tijd aangekomen was dat we op dansles wilden moest dit natuurlijk door de schoolleiding georganiseerd worden.
    De directeur had dansschool Meyler in Winterswijk benaderd en we kregen dansles op de locatie Meyler aldaar.
    We moesten met de bus van de GTW naar Winterswijk. Pater directeur chaperonneerde ons in de bus en bleef ons ook de gehele dansles in de gaten houden om te voorkomen dat er onwelvoeglijke zaken zouden gebeuren.

    Ook op de terugweg ging de pater weer mee tot aan de Markt.
    Gelukkig ontplooiden we de nodige creativiteit om van tijd tot tijd aan het bijna Alziend Oog van Pater en ouders te ontsnappen.
    Het volgende jaar vond de vervolgcursus plaats bij zaal Meyer in Groenlo.
    Op het hoogtepunt van het slotbal zongen de jongens een volgens de Pater scabreus liedje. Natuurlijk moest dit vermeld worden in de preek op maandag.

    Ik herinner me excursies, ik herinner me schoolreisjes. De foto’s die ik nog in een oude doos heb liggen zijn van een excursie naar Amsterdam.
    Ook waren er “werkweken”. We gingen dan met de vierde klas per fiets naar een jeugdherberg (b.v. Schaarsbergen bij Arnhem) en hadden de hele dag door allerlei culturele activiteiten.

    Zo fietsten we van Arnhem naar Nijmegen voor een bezoek aan De Gelderlander Pers. Op een van die dagen was docent Knoers jarig en dat werd in het holst van de nacht gevierd door allen.
    Toen we na een week weer bij het Marianum aankwamen werden we feestelijk ingehaald door het leerlingenbestuur en in de bloemetjes gezet. (op een foto daarvan die ook op scherpinbeeld te zien is zie je duidelijk Christel Osterholt)

    Eén dag in het jaar was er een uitwisseling met “Doetinchem”. De morgen stond in het teken van de cultuur en vond plaats in het parochiehuis en ’s middags was er een sportmanifestatie.
    Ik zou nog veel meer kunnen vertellen over het Marianum van die tweede helft van de jaren vijftig, de komst van de Rock en Rollkousen op school, het eerste meisje dat in lange broek zonder rok op het schoolplein verscheen, het rock and Roll dansen op de schoolfeesten maar voorlopig laat ik het hierbij.
    Hulde aan al die mensen die het zo goed met ons voor hadden! Ze gaven ons een rugzak met lesmateriaal voor het hele verdere leven mee.
    Dit was in kort bestek een beschrijving van het schoolleven in de laatste jaren van het Rijke Roomsche Leven.
    De sixties kwamen er aan.

    Beantwoorden
  3. Ans, en ik was dan een paar jaar later (1958-1963), eerst nog in de barakken, (en inderdaad de wekelijkse gang naar de kapel v h ziekenhuis voor de mis aan het begin van de week), en toen verhuizing naar de nieuwbouw (1960) met later een eigen kapel!! Maar veel van wat je beschrijft herken ik. Ans, Pater Schiffers heb je niet genoemd, die kon je blij maken door kapotte sigaren mee te brengen. Die stopte hij in zijn pijp in plaats van tabak, want roken voor de klas was heel gewoon. En mijn dansles was op zaterdagmiddag in de aula van al de nieuwbouw; Inderdaad zaterdags s’morgens les tot half een, dan snel naar huis en pak met stropdas aan voor de dansles, want die begon om 13.00uur!! Ik was pas 16jaar maar mocht al op dansles; immers onder toezicht van paters! dat zit dus wel snor! En de bridgelessen op school werden op vrijdagavond gegeven door meneer Knoers (woonde in hotel Centrum op de markt), en juffrouw de Wit voor de lessen frans. En pater van de Veer gaf toen scheikunde. Meneer Janssen de wiskunde… zo kun je wel doorgaan ….

    Beantwoorden
  4. Ach, ja natuurlijk Fons, Pater Schiffers, wat kon die man prachtige verhalen vertellen. De ontdekking van het graf van Tut anch Amon. De pater vertelde het verhaal zo beeldend dat wij al luisterend bijna het graf binnengetrokken werden. En ja, die stukken sigaren die hij rookte in zijn pijp. Armoede maakt vindingrijk. De paters hadden de gelofte van armoede afgelegd, maar hoe arm ze in werkelijkheid ook letterlijk waren las ik op pagina 21 van de scriptie Cultuurwetenschappen van Harry Broshuis. Geen wonder dat de paters zoveel op huisbezoek gingen bij de ouders van de leerlingen. Met een borrel en een paar sigaren waren ze voor die dagen de koning te rijk. Als ik op de foto kijk die Harry in zijn scriptie publiceerde staat schuin achter pater Schiffers pater Geers. De man vcan de Schoolclub. Die vond het leuk om na schooltijd klassieke muziek voor ons te draaien op zijn draagbare platenspeler. In zijn literatuurlessen moesten we hele gedichten uit ons hoofd leren zoals The Rime of the Ancient Mariner van Coleridge of the The speech over the body of Ceasar van Shakespeare. In het midden van het clubje paters staat Pater Jos van Benthem, de handen devoot over elkaar gevouwen, de overste van het stel. Ik herinner me hem als een vaderlijke man, helemaal blij met de ontwerptekeningen van de nieuwe school, die hij tijdens of na de lessen voor ons ontvouwde. En ja, de kapel ZIJN kindje! Wat heeft hij daar veel liefde in kwijtgekund. Maar de kapel mocht er dan ook wezen in die tijd. Fons, wie was toch ook al weer de architect? Architect Wiegeringk is met de ontwerpen begonnen maar kwam tragisch om het leven.
    En daar staat Pater Spaay, gedichten, toneel. De jaarlijkje voorstelling in het parochiehuis. Naast pater Spaay staat pater Roelofs , de ontwerper van het “magische vierkant”, een soort spiekbriefje dat je voor je onder de bank kon leggen bij een proefwerk. Ik herinner me een vakantiereis naar Altenberg in Het Bergische Land. De voor de klas zo strenge pater ontpopte zich tot een feestnummer.
    O ja, de heer Berkhout en zijn echtgenote waren daar ook, en mijnheer Schilling.
    En dan last but not least. Pater Jansen, verwoed amateur fotograaf.
    Ook herinner ik me dat de pakken en togen van die paters zo glommen, gingen zeker niet vaak naar de stomerij (armoede toch?). Je noemde nog de bridgelessen die gegeven werden door mijnheer Knoers. Ik meen me te herinneren dat er alleen maar jongens op die club zaten. En Angelique de Wit, de Française, zoals ze genoemd werd, kind van een Nederlandse vader en Franse moeder. Zij draaide voor ons Franse chansons. Dat de aanwezigheid van deze Française tot tragische ontwikkelingen zou leiden binnen de kleine patersgemeenschap wisten wij toen nog niet. De ontwikkelingen bereikten hun hoogtepunt in 1968, het jaar ook van de bezetting van het Maagdenhuis.
    En dan vergeet ik nog mevrouw Bijleveld te noemen, de wiskundelerares en latere conrectrice, wier leven na het vertrek van pater Steffens in 1968 een tragische wending nam
    Ja, als we eenmaal herinneringen op gaan halen is het einde nog niet in zicht.

    Beantwoorden
  5. Kan me niet herinneren dat de geer Koopmans en Wissink in de zaal aanwezig waren. Zij hadden geen kinderen op het Marianum in die tijd. Wel was aanwezig de heer Grimmelt van Hotel de Klok in Winterswijk. Hij heeft nog een toespraak gehouden.

    Beantwoorden

Plaats een reactie