Grote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotocredit
- Collectie : Ben Dechering
- Trefwoorden
- deken hooijmansingel,garage meijer,
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
de foto heeft te maken met de vroegere tram verbinding tussen Groenlo en Lievelde
Uit Stoomtrams in Oost Gelderland. Hier op staan ook nog mooie foto’s
Groenlosche Tram
Op 29 mei 1883 werd de in normaalspoor uitgevoerde tramlijn tussen Groenlo en het vier kilometer verderop aan de spoorlijn Zutphen-Winterswijk gelegen station Lichtenvoorde=Groenlo geopend. De lijn was eigendom van de Stoomtramweg-Maatschappij Lichtenvoorde-Groenlo (LG) maar werd geëxploiteerd door de HSM. Ruim een jaar later werd echter de spoorlijn Winterswijk-Groenlo-Neede geopend waardoor het vervoer op de tramlijn sterk daalde. Door de aanhoudende tekorten werd de exploitatie door de HSM tenslotte op 1 januari 1911 beëindigd, waarna de lijn een aantal jaren ongebruikt bleef liggen wegroesten.
Vanuit de gemeente Groenlo werden echter toch plannen gemaakt om de tramlijn weer in dienst te nemen, met name vanwege de betere aansluitingen richting Zutphen. Dit resulteerde uiteindelijk op 4 juni 1914 in de oprichting van de NV ‘Groenlosche Tram’ (GT) die de lijn van de LG overnam. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de GOSM (zie verderop) de exploitatie uit zou voeren. De gemeente Groenlo was hiertoe zelfs bereid het spoor op eigen kosten te laten versmallen naar de bij de GOSM gebruikte 1067mm. Desondanks gingen de plannen uiteindelijk niet door, waarna de GT de exploitatie zelf maar ter hand nam.
Een van de stellen tijdens een proefrit voor het tramstation van Groenlo (hier nog zonder de ‘erkers’ op de middenbak).
Op 6 augustus 1915 werd de dienst hervat met twee wel zeer bijzondere ’tramstellen’, elk bestaande uit drie verbouwde paardetramrijtuigen. De buitenste twee rijtuigen stonden elk op slechts één as, de middelste bak was gemotoriseerd en stond op twee assen. Om de machinist, die in de middelste(!) bak zat, uitzicht op de baan te geven was één van de stellen voorzien van ‘erkers’ aan de zijkant. Bij het tweede stel koos men voor een andere oplossing: de bak van het rijtuig werd simpelweg haaks op het onderstel gezet! De Raad van Toezicht had zo haar bedenkingen over deze voertuigen maar gaf uiteindelijk wel toestemming om ze in gebruik te nemen, zij het dat er niet sneller dan 12 km/h mee mocht worden gereden.
Al in 1916 ging men over op een losse motorwagen, opgebouwd uit een van de koprijtuigen van de oude stellen. De GT was hiermee waarschijnlijk wel het kleinste gemotoriseerde trambedrijf van Nederland, hetgeen ook blijkt uit het het personeelsbestand dat precies drie personen telde: een werkmeester, een bestuurder (tevens conducteur) en een wegwerker… Met veel inventiviteit wisten zij echter steeds de dienst gaande te houden, ondanks alle problemen die de oorlog in Europa met zich mee bracht. Door de benzine-schaarste moest de motorwagen in 1917 omgebouwd worden om op lichtgas te kunnen rijden, en toen dat in november van dat jaar ook niet meer te krijgen was werd er overgestapt op de aloude paardetractie.
Twee varianten van de bijzondere motortrams waarmee de GT heeft gereden. Links de motorwagen die werd voorzien van ‘erkers’ langs de zijkant om de machinist enig uitzicht naar voren te geven. Rechts het wel heel bijzondere bouwsel waarbij de bak haaks op het onderstel was gezet.
De paardetram heeft ongeveer anderhalf jaar gereden waarna de oude motorwagen weer in gebruik kon worden genomen. In 1919 werd deze vervangen door weer een nieuw eigen bouwsel: een chassis van een Duitse railbus met daarop een van de oude paardetrambakken. In oktober 1922 werd de tramdienst door de GT echter vervangen door een autobus, waarna de lijn werd opgebroken. De GT bleef als zodanig nog tot 1937 bestaan toen de GWSM de exploitatie van de buslijn overnam.
Sporen van de lijn
De tramlijn begon in Lievelde aan de noordkant van station Lichtenvoorde=Groenlo, en liep eerst een eindje parallel aan het spoor richting Winterswijk om vervolgens naar het noorden af te buigen. Ongeveer een kilometer verderop begint een fietspad dat op de oude trambaan is aangelegd.
Naast het pad staat een bord dat -geheel in stijl- is bevestigd aan twee (zeer roestige) stukken smalspoorrail met daarop een korte toelichting op de naam ‘Trampad’. Blijkbaar was men niet op de hoogte van het bestaan van de NV ‘Groenlosche Tram’ want er wordt gesuggereerd dat er hier na 1911 geen trams meer hebben gereden…
Het fietspad is zo’n twee kilometer lang en loopt (net als de trambaan vroeger) in een rechte lijn op Groenlo af. Het pad komt uiteindelijk uit op de Oude Aaltenseweg, de tramlijn stak hier de weg over en liep er vervolgens min of meer parallel aan tot ongeveer het punt waar nu de Rondweg ligt. Daar boog de tramlijn eerst af naar het westen en vervolgens weer naar het noorden, om te eindigen op het punt waar de Ruurloseweg en de Borculoseweg bij elkaar komen. Het station stond ongeveer ter hoogte van de Vicariestraat naast de oude vestinggracht, waar alleen een weg met de naam ‘Tramstraat’ nog herinnert aan de ‘Grolsche tram’
Hans, dat is een heel verhaal. Alleen de plek van het station klopt niet, dat stond aan de Ruurloseweg, aan het begin van de huidige Deken Hooijmansingel. Het pad dat tussen Lichtenvoordseweg en Papendjjk lag heette in 19de eeuw nog Kloosterweg. Na aanleg van de tram werd dit pad Tramstraat genoemd. Omdat het spoor afboog naar de Ruurloseweg, werd daar ook een weg naastgelegd, de Voorstraat. Hieraan werden de arbeidershuizen gebouwd. Het pad achter deze huizen, naar de Papendijk, heette Achterstraat.